Trinh T. Minh-ha retrospective
Mon 3 April 2023 Mon 24 April 2023
CINEMATEK, Brussel

 

 

maandag 03.04 - 19:00
What About China?
2022, 125 mins
Gevolgd door een gesprek in het Engels tussen Trinh T. Minh-ha en Véronique Danneels (kunsthistorica). In samenwerking met Elles Tournent.

woensdag 05.04 - 21:00
Reassemblage (1983, 40 mins) + The Desert is Watching (2003, 12 mins) + Bodies of the Desert (2005, 20 mins)

vrijdag 07.04 - 19:00
Naked Spaces - Living is Round
1985, 135 mins

zondag 09.04 - 21:15
Surname Viet Given Name Nam
1989, 108 mins

dinsdag 11.04 - 19:00
Shoot for the Contents
1991, 101 mins

donderdag 13.04 - 21:30
A Tale of Love
1995, 108 mins

zaterdag 15.04 - 19:15
The Fourth Dimension
2001, 87 mins

vrijdag 21.04 - 21:15
Night Passage
2004, 96 mins

maandag 24.04 - 19:00
Forgetting Vietnam
2016, 90 mins

 

www.cinematek.be

 

In samenwerking met CINEMATEK and Elles tournent

 

CINEMATEK is honoured to welcome Trinh T. Minh-ha to present a retrospective of her work.

Ik ben niet van plan om te praten over ; gewoon spreken in de nabijheid van.

Met deze woorden, uitgesproken in haar debuutfilm Reassemblage, beschrijft Trinh T. Minh-ha de positie die ze in haar hele oeuvre aanneemt. Een positie die gekenmerkt wordt door een aversie voor institutionele autoriteit en deskundigheid en daarentegen gegrond is in belichaamde ervaring en continue zelfbevraging. Het ervaringsgerichte in haar werk heeft echter weinig te maken met het persoonlijke of subjectieve: het “ik” bestaat er eerder als een open ruimte om anderen uit te nodigen het te bewonen. Die drang om begrenzingen en verwachtingspatronen te doorbreken en de interpretatieve claims van autoritaire vormen uit te dagen spreekt ook uit haar schrijven: haar invloedrijk boek Woman, Native, Other (1989) is in de eerste plaats een bevraging van de tegenstrijdige imperatieven waarmee een “ik”, als “vrouw uit de derde wereld”, geconfronteerd wordt bij het creëren en bij het bekritiseren van de rol van maker, intellectueel en antropoloog.

Sinds het begin van de jaren 1980 problematiseert Trinh T. Minh-ha, geboren in Hanoi in 1952 en tijdens de Vietnamoorlog geëmigreerd naar de VS, de vormen van reductionisme en essentialisme die ons zelf- en wereldbeeld beïnvloeden. Haar films zijn gegrond in de vraag: waarom niet een land, een volk, een cultuur benaderen door uit te gaan van wat bij een beeld hoort, of bij een naam zoals ‘Senegal’, maar ook ‘Vietnam’, ‘China’, of ‘Japan’ ? Wat staat precies voor en spreekt tot een culturele of politieke gebeurtenis? Hoe kan men via het medium van cinema tonen, vertellen en ontvangen eerder dan louter representeren? Met andere woorden, Trinh beschouwt een gegeven naam of een opgenomen beeld niet als finaliteit maar als vertrekpunt. Zo zoekt ze in haar nieuwste film What about China? niet naar het “ware” gezicht van China, maar beweegt ze zich onder het beeld van wat als vanzelfsprekend wordt beschouwd in onze dagelijkse verhouding tot het land, bepaald door de media en andere vormen van beeldvorming.

In contrast tot het eindeloze discours over een virtuele grenzeloosheid in een geglobaliseerde wereld, ontsluiert en doorprikt Trinh T. Minh-ha de afscheidingen en afbakeningen die onze plaats in en verhouding tot de wereld bepalen. “Reality is delicate,” zegt ze in Reassemblage, en het is dat constante, weifelende aftasten van de werkelijkheid, wars van aanspraken op authenticiteit, autoriteit of neutraliteit, die uit haar werk de kracht laat spreken om uit onze verkokerde wereld te breken.

What About China?
Trinh T. Minh-ha, 2022, United States, DCP, 135'

In Trinh T. Minh-ha’s nieuwste film worden Hi8-beelden die ze in 1993-1994 maakte op het Chinese platteland dertig jaar later herkaderd: ten eerste tegen de achtergrond van China’s tegenstrijdige representatie, geschiedenis en toekomst, en ten tweede door het proces van omzetting van analoge naar digitale video, waarbij de transformatie van lage-resolutie- beelden spookachtige animaties creëert op een canvas van multigenerationele verandering. Tegen het oppervlak van dit onderzoek pulseert een theorie van harmonie die de Hakka Roundhouse – een cirkelvormige meergezinswoning die in het centrum verbonden is door gemeenschappelijke ruimtes – als uitgangspunt neemt. Trinh vindt in deze architectuur, in de materialen die ze gebruikt om haar film samen te stellen en in de digitale spookbeelden een netwerk van passages: tussen maatschappij en natuur, zelf en ander, landschap en innerlijk landschap. De kijker wordt uitgenodigd om zich te verdiepen in deze harmonieën, zowel materieel als metaforisch, om associatieve vluchten te vinden uit de polyritmische interactie van ideeën, instrumenten, liedjes, tekst, bewegende en stilstaande beelden. We reizen door deze spookachtige, oneindige schalen, geleid door voice-over lezingen van Xiaolu Guo, Xiao Yue Shang, Yi Zhong en Trinh T. Minh-ha zelf. Elk biedt een andere ingang in een polyvocaal netwerk van gedachtegangen. De vraag stelt zich: “Wat verdwijnt er precies? En waarom?” (Kim-Anh Schreiber)

 

The notion of “speaking nearby” put forth in Reassemblage has been realized differently with each film of mine. It’s a challenge for me every time I put it into practice. How do you speak nearby? It is in What About China? where this practice of speaking in proximity, rather than merely speaking for and about, is most comprehensive. Being closely related to China – China is an ancestral culture of Vietnam, where I was born – does not qualify me to speak about Her. Of greater fascination is how the film is positioned in relation to China, or how the Self is extended through a relationship with the Other.

 

English spoken

Reassemblage: From the Firelight to the Screen
Trinh T. Minh-ha, 1982, United States, 16mm, 40'

Reassemblage is de eerste 16mm film van Trinh T. Minh-ha, gemaakt na een verblijf van drie jaar (1977-80) in Senegal, waar ze muziek doceerde aan het Institut National des Arts in Dakar. Het was tijdens dit verblijf dat ze zich bewust was geworden van de hegemonie van het antropologische discours in elke poging van zowel lokale buitenstaanders als ingewijden om de geobserveerde cultuur te identificeren en te capteren. Deze film is een antwoord op de urgentie die ze voelde om het antropologische apparaat, zijn essentialiserende constructies en koloniale ethos, in vraag te stellen. Dit impliceerde ook een bevraging van haar eigen positie als “hybride insider”, als iemand die een zekere ervaring van het kolonialisme deelt maar tegelijk niet minder geldt als buitenstaander dan om het even welke Europeaan. Bovenal is de film een respons op een verlangen om “niet simpelweg te betekenen”, om de Senegalese cultuur te benaderen zonder het te verpakken in reductieve betekenisconstructies. Trinh ondermijnt de conventies van cinematografische representatie door te spelen met herhaling, niet-synchroon geluid en onstabiel camerawerk die de temporele en ruimtelijke continuïteit verstoren en de kijkers/luisteraars uitnodigen om zich een eigen verhouding aan te meten tot de wereld die op het scherm verschijnt.

 

My approach is one which avoids any sure­ness of signification. In most anthropological presentations, the establishing of connections between signs and the deciphering of cultural codes is flattened out by the voice of knowledge, the voice of factual truth. This is reflected, in films, in the omniscience of the cinematography and the editing as well as the commentary and/ or the “talking­head” strategy. The strategies of Reassemblage question the anthropological knowledge of the “other,” the way anthropol­ogists look at and present foreign cultures through media, here film... The critical work in Reassemblage [...] is not simply aimed at the anthropologist, but also at the missionary, the Peace Corps volunteer, the tourist, and last but not least at myself as onlooker.

 

English spoken

Surname Viet Given Name Nam
Trinh T. Minh-ha, 1989, United States, 16mm, 108'

“Een Vietnamese vrouw die een film maakt over Vietnamese vrouwen: Wat klinkt er meer vertrouwd en correct in de huidige context van culturele diversiteit en liberaal pluralisme?” En toch, aldus Trinh T. Minh-ha, is zelfrepresentatie en representatie een verantwoordelijkheid die je niet zomaar kunt afwijzen. Om los te komen van dat soort geautoriseerde subjectiviteit koos ze voor een aantal strategieën die haar in staat zouden stellen om “de cultuur” te tonen zonder de autoriteit van de insider te onderschrijven. Dit door de zogenaamde feitelijke historische informatie die men in geschiedenisboeken over Vietnam vindt te vermijden, en daarentegen te werken met de meer onvatbare domeinen van de orale traditie en het populaire geheugen: de liederen, gezegden, spreekwoorden die de toestand van vrouwen blootleggen; de verhalen die men zich herinnert over de historische heldinnen van Vietnam; en de levensverhalen van hedendaagse Vietnamese vrouwen. Tegelijk legt Trinh de nadruk op de politiek van het interview, door zich te baseren op een reeks interviews die in Vietnam waren uitgevoerd door een andere vrouw van de Vietnamese diaspora (Mai Thu Van), vertaald en gepubliceerd in het Frans, door haarzelf opnieuw vertaald in het Engels en vervolgens opnieuw opgevoerd in de film. Op die manier wordt zowel de rol van vertaling in film als de rol van film als vertaling geproblematiseerd.

 

It’s not a return in a physical sense, but a return in the sense that I made my two previous films in Africa before making Surname Viet – a film in which I have finally been able to come to terms with Vietnam or with a national identity; a film focusing on Vietnamese women or on female identity and difference. That’s why it was extremely important for me not to approach it from a legitimized “insider’s” point of view, but rather from a number of spaces locating me somewhere between an insider and an outsider. Spaces manifested, for example, in the acknowledgment of the media­tor’s role; in the multiplicity of translation, of the “you” referred to by the interviewees, and of first­person narratives; and in the exposing of the politics of interviews involved.

 

English spoken

Shoot for the Contents
Trinh T. Minh-ha, 1991, United States, 16mm, 102'

Deze film van Trinh T. Minh-ha, waarvan de titel deels verwijst naar een Chinees raadspelletje, reflecteert op Mao’s beroemde uitspraak “Laat honderd bloemen bloeien en honderd scholen met elkaar wedijveren.” Het biedt tegelijk een excursie in het doolhof van allegorische benamingen en vertellingen in China en een beschouwing op vragen van macht en verandering, politiek en cultuur, zoals weerspiegeld door de gebeurtenissen op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. In tegenstelling tot de conventionele verwachtingen van “authenticiteit”, laat Trinh T. Minh-ha mensen aan het woord die zich op de grens van buitenstaander en insider bevinden. Getuigenissen van kunstenaars, filosofen en culturele werkers worden doorweven met vrouwenstemmen, Chinese populaire liederen en klassieke muziek, en uitspraken van Mao en Confucius. Videobeelden bootsen de gebaren van kalligrafie na en contrasteren met filmbeelden van het Chinese platteland en gestileerde interviews. Net als de traditionele Chinese opera ontvouwt deze film zich door middel van “gedurfde weglatingen en minieme voorstellingen” om “het echte in het illusoire en het illusoire in het echte” weer te geven. Door kleur, ritme en de veranderende relatie tussen oor en oog te onderzoeken, manifesteert deze meditatieve documentaire de verschuivingen van interpretatie in de hedendaagse Chinese cultuur en politiek.

 

Every work I realized, has been realized to transform my own consciousness. If I went to Africa to dive into a culture that was mostly unknown to me then, I went to China mainly because I was curious as to how I could depart from what I knew of Her. The prejudices that the Vietnamese carry vis­-a-­vis the Chinese are certainly historical and political. The past domination of Vietnam by China and the antagonistic relationship nurtured between the two nations have been weighing so heavily on the Vietnamese psyche that very often Vietnamese identity would be defined in counteraction to everything thought to be Chinese. And yet it suffices to look a bit harder at the Vietnamese culture – at its music, to mention a most explicit example – to realize how much it has inherited from both China and India.

 

English spoken