Kevin Jerome Everson

1 October, 2020 - 26 November, 2020
CINEMATEK, Brussel

“My work must project and reveal the materials, procedure and process. I believe that this approach is not necessarily important to be noticeable to the viewer; it merely explains how I continue to approach the craft of art making. I firmly believe that the materials of the work must be noticeable. Procedure is the formal quality I am exploring with the work. The process is the execution of the formal quality. Once I have a grasp of procedure, the process becomes a discipline.”

Na de annulering van het Courtisane festival 2020 brengen CINEMATEK en Courtisane nu toch een hommage aan de kunstenaar en cineast Kevin Jerome Everson. Deze onvermoeibare meesterportrettist filmt de Afro-Amerikaanse werkende klasse tijdens het dagelijks leven bij werk en ontspanning, wars van alle narratieve conventies en clichés met betrekking tot de representatie van Afro-Amerikanen op het scherm.

Materiaal, proces, procedure: deze drie woorden definiëren voor kunstenaar-filmmaker Kevin Jerome Everson de kern van zijn artistieke benadering. Het is met behulp van deze benadering, gegrond in een vroege voorliefde voor het minimalisme en een achtergrond in beeldhouwkunst en straatfotografie, dat hij als geen ander de poëzie weet te evoceren van de levens en ervaringen van proletarische Afro-Amerikaanse gemeenschappen. Eerder dan een conventioneel realisme na te streven, verkiest hij om alledaagse uitingen te abstraheren tot theatrale gebaren en prozaïsche situaties te choreograferen tot artificiële composities. Hij zoekt minder naar een klassieke vertelvorm, maar, naar eigen zeggen, steeds meer naar een pure vormelijkheid.

De films van Everson, die woont in Virginia, maar geboren werd in Mansfield, Ohio, als kind van ouders die tijdens de Grote Migratie overkwamen uit Mississippi, zijn onlosmakelijk verbonden met de socio-economische omstandigheden en geschiedenissen van het Midden-Westen en het Zuiden van de Verenigde Staten. De lokale condities van arbeid, migratie, taal en cultuur vormen de grondstof waaruit hij zijn onderwerpen puurt, waarbij hij bij uitstek aandacht schenkt aan de concrete verrichtingen en gebruiken die door die condities werden bewerkstelligd. Van Tayloriaanse arbeidsrituelen tot Spartaanse sportoefeningen, van de behendigheidskunsten van rodeo riders tot de vingervaardigheid van straatgoochelaars: Everson focust bij uitstek op de performatieve kwaliteiten die spreken uit de gebaren, uitdrukkingen en interacties die al te vaak onopgemerkt en ondergewaardeerd blijven. De films suggereren de onafgebroken cirkelgang van het alledaagse leven, maar bovenal de schoonheid, waardigheid en bedrevenheid die erin besloten ligt. “De mensen op het scherm zijn altijd meer bijdehand dan de kijker”, merkt hij op, “het is aan de kijker om hen bij te benen.”

De bekommernis voor werk en vakmanschap laat zich ook merken in zijn eigen kunstpraktijk en arbeidsethos. Everson produceerde in ruim twintig jaar tijd een continu aangroeiend oeuvre van meer dan 170 korte werken en een tiental langspeelfilms, die telkens opnieuw weer opvallen door hun uitzonderlijke zorg voor de bijzonderheden van plaats, beweging, spraak en vorm. Een kijk op het leven van zwarte gemeenschappen in de buurt van Lake Erie is georganiseerd als een structurele compositie (Erie); een portret van stembureaus in Charlottesville, Virginia laat zich ervaren als een flicker film (Tonsler Park); een demonstratie van in Mansfield, Ohio vervaardigde consumptieproducten krijgt de allure van een Kerry James Marshall schilderij (Westinghouse). Voortdurend schipperend tussen realiteit en artificialiteit, materialiteit en narrativiteit, etaleert Everson een alsmaar groeiende kunde in de kunst die door een andere vakman ooit treffend werd omschreven als “beeldhouwen in de tijd”.

 

In collaboration with CINEMATEK, with many thanks to Madeleine Molyneaux.