FILM

Get out of the Car
Thom Andersen, 2010, US, 16mm, 34'

Get Out of the Car van Thom Andersen is een reactie op Los Angeles Plays Itself, zijn meest karakteristieke film. Die beschreef hij als een “omgekeerde stadsymfonie” omdat ze is samengesteld uit fragmenten uit andere films die tegendraads geïnterpreteerd worden om de achtergrond op de voorgrond te plaatsen. Andersen is van mening dat Los Angeles in deze films niet goed uit de verf komt, en Get Out of the Car is het resultaat van zijn obsessie een geslaagde stadssymfonie te maken voor zijn thuisstad. De aandacht gaat naar details van het stadslandschap: billboards, reclameborden, muurschilderingen, gevels van gebouwen en de ongemarkeerde locaties van verdwenen culturele monumenten, terwijl de soundtrack een impressionistisch overzicht biedt van populaire muziek die grotendeels tussen 1941 en 1999 in Los Angeles werd gemaakt, met de nadruk op rhythm-and-blues en jazz uit de jaren 50 en corrido’s uit de jaren 90. “Get Out of the Car begon als een bescheiden studie van afgeleefde billboards, wat opzettelijk een dom idee was. Maar daaruit volgde automatisch de stap naar andere soorten signalisatie, muurschilderingen, vervallen gebouwen. Bijna alle muziek in de film is Latino of Black van oorsprong. De muziek van Los Tigres del Norte drukt bijvoorbeeld de gevoelens van indocumentados uit. Dat zegt ook iets over de geschiedenis en de huidige toestand van Los Angeles. Het werd uiteindelijk een film over immigratie en zwarte cultuur in de stad. De meeste dingen die we filmden voor Get out of the Car zijn ondertussen weg. De muurschilderingen zijn zo goed als allemaal vernietigd. Er zit nostalgie in, maar daar ga ik me niet voor verontschuldigen.”

“Get Out of the Car pays tribute to the unheroic, the overlooked and the disappeared... Andersen asserts that his is a ‘militant nostalgia’, not a passive one. By resurrecting the overlooked, he offers an alternative story of the city he’s lived in for decades, rife with political as well as aesthetic motive. All the illusion and stagecraft has been stripped away, leaving empty lots and bare scaffolding — a city symphony in a minor key.” (Lyra Kilston)