FILM

Kôshikei (Death by Hanging)
Nagisa Oshima, 1968, JP, 35mm, 119'

“Ik moet deze pijnlijke bitterheid cultiveren en het laten exploderen”, schreef Nagisa Oshima in 1965. De regisseur die later wereldwijd bekendheid zou verwerven met films zoals Ai no Korīda (In the Realm of the Senses) and Merry Christmas Mr. Lawrence, zag met lede ogen aan hoe het naoorlogse Japan zich onder het mom van nationalisme en conformisme in toenemende mate schuldig maakte aan imperialisme en racisme. Zijn mateloze nijd resulteerde in een reeks vurige cinematografische aanklachten, waarin hij genadeloos afrekende met de hypocrisie van de Japanse “politiestaat”. De eeuwige recalcitrant vond in zijn verweer geen enkel steun binnen het bastion van de inlandse cinema – die hij verachte – maar werd wel al snel meegevoerd door de stromingen die zich op dat moment aftekenden in het Europese filmlandschap. Geen wonder dat Oshima de “Japanse Godard” werd genoemd (een platitude die hij zelf counterde door Godard de “Franse Oshima” te noemen) en dat zijn films werden bijgezet bij de Japanse “New Wave” (een label dat hij zelf vanzelfsprekend naar de prullenmand verwees). Zelf vond hij toen echter vooral soelaas in de Japanse ondergrondse theaterwereld (“Ungura”), die het politiek geëngageerde gedachtegoed van Vsevolod Meyerhold en Bertold Brecht probeerde te verzoenen met premoderne Japanse tradities. Het gros vanOshima’s films uit de jaren 1960 zijn het resultaat van diens pogingen om het kenmerkende spel met beperkte ruimtelijkheid en scherpe dynamiek tussen taal en vormtaal, te vertalen naar cinema. Daarvan is Kôshikei (Death By Hanging) ongetwijfeld zijn meest “Brechtiaanse” werk, dat niet enkel impliciet refereert naar diens Die Dreigroschenoper, maar ook uitgebreid gebruik maakt van “verfremdung” technieken. Deze radicale en complexe bevraging van het Japanse rechtensysteem, gebaseerd op het zogenaamde “Komatsukawa incident”, werd door Luc Moullet  niet voor niets “het meest fantastische scenario in de geschiedenis van cinema” genoemd. De inzet van de film werd door Oshima als volgt verwoord: “Zolang de staat de absoluut kwaadaardige misdaad van moord legaal maakt door het voeren van oorlogen en het uitvoeren van de doodstraf, zijn we allemaal onschuldig.”