Toen de Servische kunstenaar Ivan Grubanov in 2002 naar Amsterdam trok voor een residentie in de Rijksacademie, startte in Den Haag het proces tegen zijn voormalige president, Slobodan Milosevic. Gedurende twee jaar bezocht Grubanov regelmatig het International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia (ICTY). Geconfronteerd met de gebeurtenissen die zijn leven hadden bepaald, zocht hij naar een manier om de intensiteit van die ervaring vast te leggen. Hij begon te tekenen, in een poging om zichzelf te verhouden tot dat hoofdstuk uit de geschiedenis. Steeds opnieuw tekent de kunstenaar vanuit eenzelfde hoek de man die zijn leven heeft beheerst, maar die hij nooit eerder ontmoette. Gaandeweg ontwikkelt hij een gevoeligheid voor de kleinste gebaren van Milosovic. De intimiteit van de tekeningen is verraderlijk...



