Een filmmaker doorkruist de wereld met een ezel en een Super 8 camera, bedwelmd door de schoonheid van alle dingen.
“De film is een uitnodiging voor een reis, een reis rond de wereld met het meest eenvoudige en nederige dier: de ezel. Ezels vinden tijd uit, een vorm van stilstand die tot contemplatie aanzet. De film is een uitnodiging om op alle dingen een eenvoudige, bescheiden en delicate blik te werpen. Een blik die zo kwetsbaar is dat het een vreugde wordt. Het is de blik van de ‘idioot’, van de Franciscaanse monniken gefilmd door Rosselini in Francesco Giullare di Dio, van prins Mysjkin of Aljosja Karamazov in Dostojevski’s romans. Deze verwijzingen zijn enkel impliciet aanwezig in de film, ze uitleggen zou de eenvoud van een film verraden die slechts schijnbaar eenvoudig is. Geen actie en spanning, enkel een langzame evolutie van seizoenen, maar toch met het complexe idee van een eindige wereld: de wereld zoals een kind deze zou tekenen, rond.” (Olivier Dekegel)



