Een filmische exploratie van Londen als een symbolische en civiele ruimte die de idealen van welvaart en de hoop op een nieuw begin representeert, in contrast met de realiteit van de harde verwelkoming waarop veel migranten worden onthaald. In 1989 was de conservatieve regering drie jaar gevorderd met een programma voor welvaartscreatie en stadsherontwikkeling dat ongezien was in het twintigste-eeuwse Groot-Brittannië. Black Audio Film Collective’s derde werk kan gezien worden als de eerste essayfilm die het nieuwe Londen in kaart bracht, gravend doorheen de Docklands, de City, Limehouse en Isle of Dogs. Bewegend tussen archiefbeeld, fictie-script, studio-interview, fotografisch tableau en brede travelling shots, wordt Londen herverbeeld als een nachtelijke stad van licht en glas, begrensd door een landschap van dromen, aangestuurd door elektronische pulsaties.
"Mathison’s modus operandi is to exploit the synthesiser’s innate ability to be inhuman. The result is that sound offers no refuge from deterritorialisation. There is no ‘core of affect’ — whether gospel or reggae or blues or jazz — around which the film can secure an inviolable core of identity; on the contrary, the score marshals its affects and identifications from within electro-modernity, from inside the synthesiser’s inherent alienation- effect." (Kodwo Eshun)



